In het kort:
De Nederlandse overheid erkent het morele eigendom van de Joodse gemeenschap over verweesde roofkunst en maakt middelen vrij om de collectie toegankelijk te maken.
- Enkele duizenden schilderijen, meubelen en persoonlijke spullen werden tijdens WWII geroofd van Nederlandse Joden zonder teruggevonden rechthebbenden.
- Een subsidieregeling moet de collectie zichtbaar maken via reizende tentoonstellingen en speciale tekstbordjes in musea.
- De objecten blijven beschikbaar voor eventuele restitutieverzoeken van individuele rechthebbenden.
Het grote plaatje:
De overdracht volgt adviezen van de commissie-Asscher, die in opdracht van het Centraal Joods Overleg onderzoek deed naar de verweesde roofkunst.
- "Veel eigenaren zijn nooit teruggekeerd. Wat van hen was, is het laatste zichtbare spoor van hun levens", schrijft Letschert in een brief aan de Tweede Kamer.
- Voor meer dan de helft van de objecten kon de herkomstgeschiedenis nooit worden vastgesteld. De RCE doet dit en volgend jaar nieuw onderzoek met digitale archieven en beeldherkenning.
Wat volgt:
Tot en met 2031 stelt Letschert jaarlijks een miljoen euro beschikbaar voor herkomstonderzoek door musea. De minister blijft verantwoordelijk voor het fysieke beheer van de collectie.





