In het kort:
De Nederlandse overheid deed na de oorlog nauwelijks moeite om geroofde Joodse bezittingen terug te geven aan rechtmatige eigenaren, wat oud-minister Asscher 'schrijnend' noemt.
- Het gaat om enkele duizenden schilderijen, meubels en andere cultuurvoorwerpen uit de NK-collectie die sinds de oorlog door de staat worden beheerd.
- Sinds 1998 zijn slechts 481 van de bijna 3700 objecten teruggegeven; voor het overgrote deel is geen eigenaar meer te vinden omdat hele families zijn vermoord.
- De meeste objecten liggen ongezien in het depot in Amersfoort, waardoor verhalen van oorspronkelijke eigenaren onzichtbaar blijven.
Het grote plaatje:
De commissie stelt voor een onafhankelijke stichting op te richten, bij voorkeur bij het Joods Museum, om de collectie zichtbaar te maken en te programmeren.
- De stichting mag geen kunst verkopen en zou jaarlijks 400.000 euro subsidie moeten krijgen van het ministerie van OCW.
- Bij tentoongestelde werken moeten verplicht uniforme informatiebordjes komen die uitleggen dat het om roofgoed gaat.
- Mocht zich alsnog een rechtmatige eigenaar melden, dan blijft teruggave mogelijk.
Wat volgt:
Het kabinet stuurt het rapport binnenkort met een inhoudelijke reactie naar de Tweede Kamer. Minister Letschert noemt het advies "een stap naar een waardige bestemming voor wat van hen was."






