In het kort:
De Nederlandse overheid moet eindelijk actie ondernemen met duizenden kunstobjecten die tijdens de oorlog van Joodse eigenaren zijn geroofd.
- Het gaat om schilderijen, meubels, tapijten en serviezen uit de NK-collectie die nu verstopt liggen in depots in Amersfoort en bij het Rijksmuseum.
- Van veel objecten is vrijwel zeker dat ze van Joodse eigenaren waren die niet meer te achterhalen zijn, vaak omdat hele families zijn vermoord.
- De commissie wil dat een onafhankelijke stichting de collectie beheert en zichtbaar maakt via tentoonstellingen en educatieve projecten.
Het grote plaatje:
De kunstwerken liggen al decennia in een soort niemandsland, terwijl ze belangrijke verhalen kunnen vertellen over de Holocaust en rechtsstaat.
- "Je ziet ineens een bestek waar iemand op vrijdagavond mee at, wat waarschijnlijk een huwelijkscadeau was," beschrijft Asscher zijn depotbezoek.
- Verkoop is uitgesloten omdat mogelijk nog nazaten zich melden. In plaats daarvan moet de collectie een educatieve rol krijgen.
Wat volgt:
Het ministerie zou jaarlijks 400.000 euro beschikbaar moeten stellen voor beheer en presentatie. De Joodse gemeenschap krijgt het beheer over de collectie.




