In het kort:
De rechtszaak draait om een grootschalige militaire operatie die volgens aanklagers neerkwam op etnische zuivering van de islamitische Rohingya-bevolking.
- Ongeveer 700.000 Rohingya werden gedwongen te vluchten naar Bangladesh na geweld waarbij dorpen werden platgebrand en inwoners verkracht of vermoord
- Myanmar ontkent genocide en stelt dat de operatie gericht was tegen militante Rohingya-groeperingen
- De VN concludeerde al in 2018 dat er 'genocidale handelingen' werden verricht in de overwegend boeddhistische staat
Het grote plaatje:
De zaak is gebaseerd op het VN-genocideverdrag uit 1948, dat beide landen hebben ondertekend. Het ICJ oordeelde in 2020 al dat Myanmar onmiddellijk maatregelen moest nemen om de Rohingya te beschermen, maar mensenrechtenorganisaties melden dat sindsdien nog steeds ernstige misdaden worden gepleegd.
Wat volgt:
Een veroordeling van Myanmar zou precedentwaarde kunnen hebben voor andere genocidezaken, waaronder de zaak tegen Israël die Zuid-Afrika heeft aangespannen. De terugkeer van gevluchte Rohingya blijft onzeker door de aanhoudende burgeroorlog en controle van rebellengroep Arakan Army over de staat Rakhine.


