In het kort:
De uitspraak betekent een belangrijke koerswijziging in hoe platformwerkers juridisch worden beschouwd en welke rechten zij hebben.
- Het hof stelt dat Temper "nauw betrokken is" bij contracten, beloning en uitbetaling, en daarom niet louter een bemiddelingssite is.
- Vakbonden FNV en CNV stapten jaren geleden naar de rechter omdat zij vinden dat er sprake is van schijnzelfstandigheid.
- De werknemers moeten nu onder de cao voor uitzendkrachten vallen, wat hen meer rechten en bescherming geeft.
Het grote plaatje:
De rechtbank Amsterdam oordeelde in 2024 nog dat Temper-werkers geen uitzendkrachten waren, omdat opdrachtgevers het loon betalen en er geen formeel werkgeversgezag zou zijn. Het hof ziet dit fundamenteel anders en benadrukt de grote rol van Temper in de totstandkoming van contracten en beloningsafspraken bij werknemers in sectoren als horeca, logistiek en schoonmaak.
De onderste regel:
De vakbonden spreken van een "klinkende overwinning". FNV-bestuurder Anja Dijkman zegt: "Dit is een prachtige overwinning voor de vakbonden en voor al die werknemers die ten onrechte door Temper als zzp'ers zijn ingezet." De uitspraak kan verstrekkende gevolgen hebben voor andere platformbedrijven.



