In het kort:
Het rimpeleffect van woningprijsstijgingen trekt van de Randstad naar het noorden, met Drenthe als koploper.
- In Drenthe stegen huizenprijzen met 11 procent, gevolgd door Groningen met 10,9 procent
- Noord-Holland kende de laagste stijging door meer goedkope huurwoningen die op de markt kwamen
- De landelijke gemiddelde prijsstijging bedroeg 8,6 procent in 2025
Het grote plaatje:
Beleggers die hun panden verkopen zorgen voor verlichting in de Randstad, maar niet in noordelijke provincies.
Peter Boelhouwer, hoogleraar woningmarkt aan de TU Delft, legt uit dat prijsstijgingen altijd beginnen in de Randstad: "Maar nu lopen de prijzen daar tegen de grenzen aan." In Amsterdam stegen de prijzen slechts met 3,6 procent. Matthieu Zuidema van het Kadaster benadrukt dat zonder de verkoopgolf van investeerders de prijsstijging landelijk nog hoger was geweest.
De onderste regel:
Ondanks regionale verschillen blijven huizenprijzen overal stijgen door lage rentes en gestegen inkomens. Boelhouwer waarschuwt dat een eigen woning "een soort ongelijkheidsmachine" wordt, waarbij bijdragen van ouders steeds belangrijker worden om kans te maken op een huis.



