In het kort:
Trumps aanpak van Venezuela markeert een breuk met decennia Amerikaanse buitenlandpolitiek die interventies rechtvaardigde met democratie-export.
- Sinds Reagan gebruikten alle presidenten democratie als argument voor buitenlandse ingrepen, van Panama tot Afghanistan
- Trump belooft "vrede, vrijheid en rechtvaardigheid" maar vermijdt bewust het woord democratie
- De VS wil de Venezolaanse olie-industrie overnemen en het land voorlopig besturen
Het grote plaatje:
De mislukte democratie-experimenten in Irak en Afghanistan hebben het Amerikaanse enthousiasme voor democratie-export gedoofd.
Amerika spendeerde 680 miljard euro aan Irak en bijna twee biljoen euro aan Afghanistan, met honderdduizenden doden tot gevolg. Trumps nieuwe Nationale Veiligheidsstrategie grijpt terug op de 200 jaar oude Monroe Doctrine, waarin de VS zich tot heer en meester van het westelijk halfrond verklaart.
Wat volgt:
Trump waarschuwt dat Amerikaanse oorlogsschepen voor de kust blijven om ervoor te zorgen dat Venezuela "correct wordt bestuurd". Volgens militaire experts was de gevangenneming van Maduro vooral bedoeld om bondgenoten Rusland, China en Iran te testen op hun reactie.




