In het kort:
De huurstijging bij sociale huurwoningen ligt dit jaar vrijwel gelijk aan die in de vrije sector, waar de huur met 4,5 procent omhoogging.
- Woningcorporaties bezitten ongeveer twee derde van alle huurwoningen in Nederland.
- Bij een wisseling van huurder mag de huur extra stijgen, bovenop de reguliere maximale verhoging.
- Zonder deze bewonerswisselingen mee te tellen, komt de gemiddelde huurstijging van bestaande contracten uit op 3,8 procent.
Het grote plaatje:
Niet elke woning valt automatisch onder dezelfde regels, want de indeling in sociale huur, middenhuur of vrije sector hangt af van de huurprijs bij aanvang van het contract.
- Een woning telt als vrijesectorwoning zodra de huur bij start boven de zogeheten liberalisatiegrens ligt.
- Hoeveel de huur bij een nieuwe huurder mag stijgen, hangt af van diens inkomen en het type woning.
Wat volgt:
Regionale verschillen blijken beperkt: in Overijssel en Noord-Brabant stegen de huren het meest, maar de afstand tot andere provincies en grote steden is klein, en het landelijk gemiddelde blijft de belangrijkste graadmeter.




