In het kort:
De inburgeringswet van 2022 faalt in zijn hoofddoel om statushouders snel en goed te laten meedoen aan de Nederlandse samenleving.
- Slechts 28 procent van de erkende vluchtelingen die drie jaar geleden startten vond betaald werk, vaak ver onder hun niveau
- Een verpleegkundige werkt in de horeca, een universitair docent als flitsbezorger
- Van 73 procent van de statushouders is het opleidingsniveau onbekend
Het grote plaatje:
Lange asielprocedures en het woningtekort vormen grote obstakels voor succesvolle inburgering.
Asielprocedures duren gemiddeld twee keer zo lang als verwacht, waardoor statushouders weinig taalles kunnen volgen. Verplichte taallessen zijn moeilijk te combineren met betaald werk en er is een tekort aan taaldocenten. Hierdoor komen erkende vluchtelingen terecht in sectoren zoals horeca waar Nederlands geen vereiste is, terwijl er juist tekorten zijn in zorg, bouw en IT waar wel taalkennis nodig is.
Wat volgt:
De Rekenkamer adviseert het ministerie van Sociale Zaken om duidelijke doelen te stellen en taalonderwijs op de werkvloer mogelijk te maken. Op 9 februari debatteert de Tweede Kamer over integratie en inburgering.





