In het kort:
De woonlasten variëren sterk tussen verschillende woningtypen, waarbij private huurders het zwaarst worden getroffen.
- Huurders van woningcorporaties besteedden 24,6 procent van hun inkomen aan wonen.
- Woningeigenaren hadden met 16,3 procent de laagste woonlasten.
- Voor alle groepen daalden de percentages licht ten opzichte van 2023.
Het grote plaatje:
Startende huurders in de private sector worden onevenredig hard geraakt door hoge woonlasten. Huurders die minder dan een jaar in hun woning zitten, waren 33,5 procent van hun inkomen kwijt. Woningeigenaren die al twintig jaar of langer in hun woning wonen, hadden juist de laagste lasten met 15,2 procent.
De andere kant:
Eigenaren hebben te maken met andere kostenposten dan alleen hypotheeklasten. Naast onroerendezaakbelasting en eigenwoningforfait moeten zij rekening houden met aankoopkosten, onderhoud en verduurzaming. Wel profiteren eigenaren van stijgende huizenprijzen, terwijl huurders vaak jaarlijks geconfronteerd worden met huurverhogingen en gelijkblijvende of dalende hypotheeklasten voor eigenaren samengaan met stijgende inkomens.






