In het kort:
De overleving van kankerpatiënten verbetert jaarlijks met 0,5 tot 1 procent, wat duizenden extra overlevenden betekent.
- De gemiddelde overleving vijf jaar na diagnose is gestegen naar 71 procent, vergeleken met 48 procent dertig jaar geleden.
- Bij stadium 3-kanker is de overleving bijna verdubbeld: van 30 procent (1990-1994) naar 57 procent (2020-2024).
- Ook bij stadium 4, het meest gevorderde stadium, steeg de overleving van 18 naar 25 procent in het afgelopen decennium.
Het grote plaatje:
Het stadium bij diagnose blijft de belangrijkste voorspeller van overleving, maar verbeterde behandelingen maken steeds meer verschil.
- "Juist deze patiënten profiteren het meest van verbeteringen in de behandelingen, zoals preciezere operaties waarbij het beter lukt om alle kanker te verwijderen", legt Otto Visser van IKNL uit.
- Bij darmkanker hebben betere operaties en aanvullende behandelingen grote vooruitgang gebracht.
- Nieuwe geneesmiddelen helpen een toenemend deel van patiënten met uitgezaaide kanker, hoewel nog niet iedereen ervan profiteert.
De onderste regel:
Huidkanker, zaadbalkanker en bepaalde hersentumoren hebben de beste overlevingskansen. Alvleesklierkanker blijft de slechtste prognose houden.



