In het kort:
De Autoriteit Consument & Markt concludeert dat olieproducenten en raffinaderijen flink verdienen aan de gestegen olieprijzen sinds de oorlog in het Midden-Oosten.
- Ruwe olie steeg met 70 procent sinds de Amerikaanse inval in Iran in maart, van 38 cent naar 65 cent per liter.
- "Het is niet aannemelijk dat de kosten van olieproductie in dezelfde mate zijn gestegen als de prijzen", aldus de ACM.
- Tankstations zelf hebben geen hogere winstmarges, maar geven de gestegen inkoopkosten door aan klanten.
Het grote plaatje:
De kwartaalcijfers van oliebedrijven bevestigen de bevindingen van de ACM. Shell zag zijn winst verdubbelen naar bijna 6,9 miljard dollar vergeleken met een jaar eerder.
- Sinds maart is diesel tijdelijk duurder geworden dan benzine, een zeldzame situatie.
- De Straat van Hormuz, een cruciale doorvaarroute voor olie en gas, is gesloten na de Amerikaanse aanval op Iran.
- Ook productie- en verwerkingslocaties liggen deels stil na aanvallen.
De onderste regel:
Consumenten betalen de rekening voor de gestegen brandstofprijzen, terwijl olieproducenten en raffinaderijen hun winstmarges zien groeien. Tankstations fungeren vooral als doorgeefluik van de hogere kosten.




