In het kort:
Nieuw forensisch onderzoek gooit mogelijk roet in het eten van een veroordeling die al ruim dertig jaar overeind staat.
- DNA van een onbekende Zuidoost-Aziatische man is gevonden op het T-shirt van slachtoffer Tim Mui Cheung, op een bebloede handdoek en in een haar op haar broek.
- Volgens de advocaat-generaal bestaat een "ernstig vermoeden" dat het hof de zes veroordeelden in 2015 zou hebben vrijgesproken als deze informatie destijds bekend was.
- De Hoge Raad beslist vermoedelijk eind dit jaar of de zaak wordt overgedaan.
Het grote plaatje:
Kern van het advies is dat de tijdlijn rond de dood van het slachtoffer opnieuw ter discussie staat. Een deskundige concludeert dat de destijds gebruikte methode van de lijkschouwer om het tijdstip van overlijden te bepalen, wetenschappelijk niet meer houdbaar is. Daardoor vielen twee bloedsporen van de onbekende man buiten het tijdvak dat het hof aanhield, waardoor ze destijds als irrelevant werden bestempeld. Met een ruimer tijdvak kunnen die sporen ineens wél cruciaal blijken.
Achter de schermen:
De zaak kent al een lang en bewogen verloop. In 1995 werden zes verdachten veroordeeld op basis van bekentenissen die de vrouwen later introkken, met het argument dat verhoorders hen onder druk hadden gezet. In 2012 gelastte de Hoge Raad al een herziening, maar het hof in Den Haag kwam in 2015 tot dezelfde conclusie. Een tweede herzieningsverzoek werd in 2017 afgewezen. De zes veroordeelden, die inmiddels vrij zijn, bleven volhouden onschuldig te zijn.



