In het kort:
De dramatische achteruitgang van bestuivende insecten dwingt Nederland tot actie met een landelijk tellingsprogramma dat tot 2030 loopt.
- Naar schatting zijn er over dertig jaar 50 tot 90 procent minder zweefvliegen dan nu.
- Mensen kunnen vijf keer per jaar op 150 locaties vlinders, zweefvliegen en bijen gaan tellen.
- Het verdwijnen van leefgebied door stikstof, intensieve landbouw en pesticiden is de hoofdoorzaak van de achteruitgang.
Het grote plaatje:
Bestuivende insecten zijn cruciaal voor het ecosysteem. Ze zorgen voor de bestuiving van bloemen en planten, en maken de groei van fruit mogelijk. Tegelijkertijd dienen ze als voedsel voor vogels en vleermuizen.
- "Met deze telling krijgen we beter inzicht in hoe het met bestuivers gaat", zegt projectleider Theo Zeegers. "Dat helpt ons te begrijpen wat er gebeurt en waar herstel het meest nodig is."
- Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft opdracht gegeven voor het tellingsprogramma.
Wat volgt:
Natuurmonumenten benadrukt dat burgers direct kunnen helpen. Ecoloog Wouter van Steenis wijst erop dat Nederlandse tuinen voor 36 procent uit vegetatie bestaan. "Als iedereen een klein stukje tuin of balkon groener maakt met gifvrij geteelde bloemen, dan helpt dat bestuivers direct."



