In het kort:
Een minderheidskabinet biedt flexibiliteit maar vereist constant politiek handwerk om meerderheden te vinden.
- De drie partijen hebben een tekort van tien zetels in de Tweede Kamer en slechts 22 van de 75 zetels in de Eerste Kamer
- Ministers moeten telkens opnieuw steun zoeken voor hun plannen, wat het kabinet kwetsbaar maakt
- Het laatste echte minderheidskabinet dateert uit 1939 en werd direct naar huis gestuurd door de Kamer
Het grote plaatje:
Oppositiepartijen maken al duidelijk dat steun niet vanzelfsprekend is, vooral bij bezuinigingen.
GroenLinks-PvdA weigert gedoogsteun en wil niet instemmen met bezuinigingen op zorg, onderwijs of sociale zekerheid. Ook christelijke partijen SGP en CU zijn geïrriteerd over de embryowet-verruiming van D66 en VVD tijdens de formatie. SGP-leider Diederik van Dijk waarschuwde dat dit "een schaduw werpt" over hun houding tegenover een toekomstig kabinet.
Wat volgt:
De drie partijen moeten de komende tijd uitzoeken hoe ze steun gaan organiseren voor hun plannen. Met flinke bezuinigingen op de agenda wordt dit een uitdaging, omdat oppositiepartijen hun prijs al aan het opdrijven zijn.







