In het kort:
Nederland kreeg vorig jaar te maken met een forse afname van migratie op meerdere fronten tegelijk.
- Er kwamen 306.550 mensen naar Nederland en 211.860 vertrokken, wat het saldo op 94.690 bracht.
- Het aantal eerste asielaanvragen daalde met een kwart naar 24.070, iets minder hard dan het EU-gemiddelde van 27 procent.
- Ook kennismigratie (-16%) en reguliere verblijfsvergunningen (-6%) namen af.
Het grote plaatje:
De daling in asielaanvragen hangt sterk samen met het nieuwe beleid rond Syrische asielzoekers, die niet langer automatisch bescherming krijgen.
- Het percentage goedgekeurde asielaanvragen kelderde van 54 naar 34 procent in één jaar.
- Hierdoor daalde ook gezinshereniging, terwijl vrijwillig vertrek uit Nederland met 23 procent steeg, vooral onder Syriërs.
De onderste regel:
Minister Van den Brink noemt de cijfers "goed nieuws", maar benadrukt dat het saldo nog altijd ruim boven de 70.000 ligt die de Staatscommissie Migratie adviseerde.
Wat volgt:
Begin mei kondigde het kabinet al een aangescherpt asielbeleid aan, en sinds 12 juni gelden nieuwe Europese regels die de instroom verder moeten beperken. Van den Brink hoopt dat dit pact "nog meer grip" gaat brengen op migratie naar Nederland.



