In het kort:
Het Nibud herziet de koopkrachtprognose naar beneden vanwege tegenvallende loongroei en aanhoudende inflatie.
- De koopkracht stijgt met 0,9 procent in plaats van de eerder verwachte 1,3 procent, wat neerkomt op ongeveer veertig euro extra per maand
- Werkgevers houden vaker de hand op de knip vanwege stijgende kosten en economische onzekerheid
- De inflatie blijft dit jaar naar verwachting 3,2 procent, waardoor de reële koopkrachtwinst beperkt blijft
De andere kant:
Niet alle groepen worden gelijk geraakt door de tegenvallende koopkrachtontwikkeling.
Huishoudens onder het minimumloon profiteren juist van een koopkrachtstijging van 2 procent door een verhoogde arbeidskorting. Ook gepensioneerden onder het nieuwe pensioenstelsel kunnen rekenen op een hogere koopkrachtstijging omdat pensioenfondsen reserves kunnen uitdelen dankzij gunstige dekkingsgraden.
Vooruitkijkend:
Nibud-directeur Mattias Gijsbertsen waarschuwt voor dunne marges en economische onzekerheid. "Als de prijzen ineens verder stijgen, blijft er weinig meer over van de koopkracht", aldus Gijsbertsen. Het instituut adviseert huishoudens hun financiën goed in kaart te brengen en te controleren of zij recht hebben op toeslagen.







