In het kort:
De vernietiging van cruciale infrastructuur markeert een escalatie in de Israëlische militaire campagne in Libanon.
- Zondag werd de Qasmiya-brug aangevallen die het zuiden van Libanon met de rest van het land verbindt. In tien dagen tijd zijn al drie bruggen vernietigd.
- Israël stelt dat Hezbollah de bruggen gebruikt om wapens naar het zuiden te transporteren.
- De sloop van huizen in "frontliniedorpen" moet een bufferzone creëren, vergelijkbaar met de verwoeste steden Beit Hanoun en Rafah in Gaza.
Het grote plaatje:
De aanvallen hebben geleid tot internationale kritiek en waarschuwingen voor een humanitaire ramp.
- Meer dan een miljoen mensen zijn ontheemd geraakt en duizend Libanezen zijn gedood sinds begin maart.
- Het internationaal recht verbiedt aanvallen op civiele infrastructuur. Human Rights Watch waarschuwt dat het massaal vernietigen van huizen een oorlogsmisdaad zou zijn.
- De Libanese president Joseph Aoun noemt de aanvallen "de voorbode van een grondinvasie" en een flagrante schending van de soevereiniteit.
Wat volgt:
Israël zegt de aanvallen te richten op Hezbollah-strijders en wapenopslagplaatsen. Legerchef Eyal Zamir verklaarde dat "de operatie tegen Hezbollah pas net is begonnen", terwijl de Libanese regering rechtstreeks met Israël in gesprek wil gaan.



