In het kort:
Een jarenlang onderzoek naar Google's gebruik van locatiegegevens eindigt in een van de hoogste boetes ooit opgelegd door de Ierse toezichthouder.
- De Ierse gegevensbeschermingsautoriteit (DPC) startte het onderzoek al in 2020, na klachten van meerdere Europese consumentenorganisaties.
- Gebruikers wisten mogelijk niet dat hun locatiegegevens werden gebruikt voor gerichte advertenties of om interesses in kaart te brengen.
- Het bedrag van 403 miljoen euro is de op drie na hoogste boete die de DPC ooit heeft uitgedeeld.
Achter de schermen:
De zaak sleept al bijna acht jaar en begon met een gezamenlijke klacht van de Consumentenbond en zeven andere Europese organisaties. Directeur Sandra Molenaar reageert opgelucht: "Google ontfutselt de toestemming om de locatiegegevens te gebruiken, terwijl locatie een zeer persoonlijk gegeven is. De locatiegegevens laten zien waar iemand woont en werkt, maar ook welke bijeenkomsten iemand bezoekt of een ziekenhuis." Ze wijst erop dat Google deze data kan combineren met zoekgeschiedenis of aankopen, waardoor het bedrijf zeer gerichte advertenties kan tonen en zo extra geld verdient aan consumenten.
Het grote plaatje:
Ierland fungeert als hoofdtoezichthouder binnen de EU voor grote Amerikaanse techbedrijven, omdat veel van hen hun Europese vestiging daar hebben. Plaatsvervangend commissaris Graham Doyle benadrukt dat gebruikers hierdoor de controle over hun persoonsgegevens konden verliezen zonder dit te beseffen.








