In het kort:
De fraudezaak tegen Manchester City kan een keerpunt worden in de strijd tegen financiële doping in het Europese voetbal.
- La Liga-voorzitter Javier Tebas eist een streng vonnis dat als afschrikwekkend voorbeeld moet dienen.
- City ging vrijdag in beroep tegen de uitspraak van de Premier League-commissie; een aparte beroepscommissie buigt zich nu over de zaak.
- Ook Paris Saint-Germain, eigendom van de Qatarese Nasser Al Khelaïfi, ligt onder vuur om vergelijkbare financiële constructies.
Het grote plaatje:
Experts zien de zaak als symptoom van een dieper probleem in het topvoetbal, waar geld de macht overneemt van sportieve waarden. Hoogleraar Marjan Olfers waarschuwt: "Er zijn te veel eigenaren met vele miljarden achter zich. Als geld alleen maar dominant wordt, heeft het volk het nakijken." Journalist Simon Kuper wijst erop dat PSG "dezelfde methodes" hanteert als City, met Qatar Airways als verkapte geldschieter.
De andere kant:
Strengere regels tegen rijke eigenaren hebben ook nadelen, stelt Kuper. Zonder steenrijke weldoeners kunnen kleinere clubs nooit meer op tegen financiële grootmachten als Manchester United en Arsenal, waardoor de competitie juist minder spannend wordt.
Wat volgt:
Mocht City uit de Premier League worden gezet, dan kunnen sterspelers als Erling Haaland mogelijk ontbinding van hun contract eisen, omdat spelen op het hoogste niveau dan niet meer gegarandeerd is.



