In het kort:
Het mislukken van FCAS illustreert de hardnekkige problemen waarmee Europa kampt bij grote militaire samenwerkingsprojecten.
- Frans defensiebedrijf Dassault en Europese multinational Airbus kregen een steeds hooglopender conflict over werkverdeling en projectleiding.
- Frankrijk wilde dat het gevechtsvliegtuig op vliegdekschips kon landen en kernwapens kon afwerpen, maar Duitsland had daar geen behoefte aan.
- "Als de meningen daarover uit elkaar lopen, dan houdt het op een gegeven moment op", zegt Peter Wijninga van het Haags Centrum voor Strategische Studies.
Het grote plaatje:
Europa blijft te verdeeld om zulke complexe defensieprojecten succesvol af te ronden, terwijl samenwerking onder Amerikaanse leiding bij de F-35 wel lukte.
- Nationale regeringen hebben invloed op militaire ontwikkelingen, wat binnen Europa betekent dat je "altijd grenzen over moet en te maken krijgt met verschillende nationale belangen", aldus Wijninga.
- De EU helpt lidstaten met het SAFE-programma ter waarde van 150 miljard euro om voordelige leningen af te sluiten voor defensie-investeringen.
Wat volgt:
Duitsland zoekt nieuwe partners voor een alternatief gevechtsvliegtuig. Een groep van acht Europese bedrijven onder leiding van Airbus heeft zich gemeld om een nieuw plan te ontwikkelen.


