In het kort:
Het Europees Hof van Justitie legt de bewijslast bij fraudezaken nadrukkelijk bij de bank, niet bij de klant.
- Banken moeten de schade van fraudeslachtoffers eerst volledig vergoeden, ongeacht de mate van nalatigheid van de klant.
- Pas daarna mag de bank proberen het bedrag terug te vorderen, maar alleen als zij kan aantonen dat de klant opzettelijk of grof nalatig heeft gehandeld.
- De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) bestudeert de uitspraak nog en komt volgende week met een reactie.
Het grote plaatje:
De uitspraak kan grote gevolgen hebben voor Nederlandse bankklanten, want tot nu toe wordt lang niet iedereen schadeloos gesteld.
- Uit de recentste NVB-cijfers blijkt dat in 2024 slechts ongeveer de helft van de fraudeslachtoffers hun schade vergoed kreeg.
- De zaak die tot deze uitspraak leidde, draaide om een Poolse vrouw die via phishing 700 euro verloor nadat ze op een nepwebsite van haar bank had geklikt. Haar bank weigerde aanvankelijk terug te betalen, waarna ze naar de rechter stapte.
Wat volgt:
Het is afwachten hoe Nederlandse banken hun fraudebeleid gaan aanpassen aan deze Europese uitspraak, en of klanten die eerder niet gecompenseerd werden alsnog aanspraak kunnen maken op vergoeding.




