In het kort:
De betaalbaarheidsgrens van de overheid sluit niet aan bij de realiteit van lage inkomens, waardoor zij vooral zijn aangewezen op huurwoningen.
- In 2024 woonden 121.000 mensen in nieuwbouwwoningen die als betaalbaar gelden, met een maximumprijs van 435.000 euro (de NHG-grens).
- Tussen de 58 en 66 procent van alle nieuwe koopwoningen ging naar huishoudens met een hoog inkomen.
- Huishoudens komen gemiddeld meer dan 100.000 euro tekort bij het kopen van een huis.
Het grote plaatje:
De kloof tussen betaalbaarheid en bereikbaarheid van woningen groeit. Tien jaar geleden kon een doorsnee-inkomen nog een hypotheek krijgen, maar nu is bijna twee keer modaal nodig.
- Ruim 80 procent van nieuwe huurwoningen ging naar huishoudens met een laag inkomen, voornamelijk corporatiewoningen.
- Slechts 20 procent van de lage inkomens kwam in een koopwoning terecht, tegenover ongeveer de helft van de middeninkomens.
- Bij oudere bewoners met een laag inkomen maar groter vermogen was het vaker mogelijk om toch een duurdere nieuwbouwwoning te kopen.
De onderste regel:
De huidige betaalbaarheidsgrens van 470.000 euro (2026) weerspiegelt niet wat lage en middeninkomens daadwerkelijk kunnen betalen, waardoor de toegang tot koopwoningen steeds beperkter wordt.




