In het kort:
De Kamer stemde voor een stop op megadatacentra, maar voor zeven projecten komt die maatregel te laat.
- De centra hebben een grondoppervlak van meerdere hectaren en verbruiken jaarlijks evenveel stroom als 200.000 huishoudens.
- Datacentra zijn nu al goed voor 5 procent van het Nederlandse energieverbruik, wat naar verwachting zal verdubbelen.
- Naast de zeven vergunde hyperscales liggen er plannen voor nog vier nieuwe megacentra.
Het grote plaatje:
Een groeiend aantal overheden verzet zich tegen de komst van grote datacentra vanwege de enorme druk op het stroomnet. De provincie Utrecht bepaalde in 2021 al geen datacentra meer toe te staan, terwijl gemeenten als Leiden, Breda en het Westland werken aan beperkingen of totaalverboden. In Haarlemmermeer, dat al meer dan dertig datacentra telt, protesteren bewoners tegen nieuwe bouwplannen praktisch in hun achtertuin.
De andere kant:
Branchevereniging DDA benadrukt juist het belang van grote datacentra voor Nederland. "Ook ziekenhuizen, universiteiten en de Belastingdienst hebben opslag nodig", stelt voorzitter Stijn Grove. Volgens hem zijn grote centra efficiënter en energiezuiniger dan vele kleine alternatieven, en wil Nederland niet afhankelijk worden van buitenlandse bedrijven voor dataopslag.





