In het kort:
De zaak draait om de vraag wanneer een winkelier een klant mag weigeren vanwege gezichtsbedekkende kleding.
- De visboer weigerde de vrouw te helpen omdat hij haar gezicht niet kon zien. "Ik vertrouw dat niet", zei hij.
- De vrouw deed aangifte van discriminatie op basis van haar geloof, omdat de nikab een religieuze uiting is.
- Het OM besloot aanvankelijk niet te vervolgen, maar het gerechtshof oordeelde dat er wél voldoende bewijs is.
Het grote plaatje:
Het hof vindt de zaak belangrijk voor de samenleving omdat er onduidelijkheid bestaat over de rechten van winkeliers. Een rechtszaak moet duidelijkheid scheppen over wanneer een winkelier iemand mag weigeren vanwege gezichtsbedekkende kleding, aldus de rechter.
Wat volgt:
De visboer moet nu voor de rechter verschijnen. De uitspraak kan precedentwerking hebben voor vergelijkbare situaties in Nederland waarbij winkeliers klanten weigeren op basis van gezichtsbedekkende kleding.



