In het kort:
De minister van Justitie en Veiligheid ligt onder vuur na een fel debat over duizenden aangiften die bij de politie blijven liggen.
- Van Weel betreurt dat hij het rapport van de Algemene Rekenkamer leek te bagatelliseren en biedt daarvoor excuses aan.
- De Rekenkamer concludeerde dat in 2024 zo'n 10.000 aangiften van ernstige misdrijven, waaronder geweldsdelicten, onbehandeld bleven.
- Oppositiepartijen als Pro, SP en BBB eisen dat Van Weel toegeeft de Kamer verkeerd te hebben geïnformeerd.
Achter de schermen:
De ruzie tussen Van Weel en de Rekenkamer sleept al maanden voort en escaleerde toen Rekenkamer-president Pieter Duisenberg in een ongebruikelijk radio-optreden stelde dat de minister "met halve feiten" de uitkomst bagatelliseerde. Van Weel spreekt zelf van een andere rekenmethodiek en zegt slechts "nuance" te hebben willen aanbrengen. Op herhaalde vragen of hij de Kamer heeft misleid, antwoordt hij steevast: "Nee, ik heb de Kamer niet misleid."
Wat volgt:
Kamerlid Mutluer van Pro wijst erop dat het vertrouwen van slachtoffers is beschaamd, nu zij twijfelen of hun aangifte serieus wordt opgepakt. Later op de avond wordt duidelijk of oppositiepartijen, die samen een meerderheid vormen, een motie van wantrouwen indienen tegen de minister.






