In het kort:
De aanhoudende oorlog in Iran zorgt voor recordprijzen in de tankervaart, met gevolgen tot aan de pomp.
- Vorige week vonden de meeste aanvallen op tankers plaats sinds het begin van de oorlog, meldt het Maritiem Informatiecentrum.
- Slechts zeven schepen voeren vorige week door de Straat van Hormuz, het laagste aantal in twee maanden.
- Eerdere piekprijzen, zoals na de Oekraïne-invasie in 2022, kwamen al boven de 100.000 dollar per dag uit, maar de huidige niveaus overstijgen dat ruim.
Het grote plaatje:
Oorlogsgeweld is niet de enige oorzaak van de explosieve prijsstijging, legt ING-econoom Rico Luman uit. Tankers moeten omvaren en langere routes nemen, waardoor ze minder vaak inzetbaar zijn, terwijl de oliestromen uit het Midden-Oosten tegelijkertijd weer aantrekken en extra vraag naar scheepsruimte creëren. Daarnaast jaagt de sterkere dollar de prijzen verder op, omdat olie wereldwijd in dollars wordt verhandeld.
Vooruitkijkend:
Nieuwe tankers die nu besteld worden, komen op zijn vroegst in 2028 beschikbaar, waarschijnlijk te laat om deze piek te verlichten. Ondertussen blijven benzine- en dieselprijzen hoog, doordat beschadigde raffinagecapaciteit in het Midden-Oosten en Rusland samen met de hoge transportkosten de brandstofprijs aan de pomp opdrijven, aldus Luman.



