In het kort:
Spanje domineerde de finale in het MetLife Stadium en trok in de 106e minuut aan het langste eind tegen een verzwakt Argentinië, dat de hele wedstrijd nauwelijks gevaarlijk werd.
- Ferran Torres maakte de enige goal van de wedstrijd, terwijl Argentinië met tien man speelde na rood voor Enzo Fernández.
- Argentinië kwam in de reguliere speeltijd niet tot één doelpoging, ondanks de aanwezigheid van Lionel Messi in zijn laatste WK-duel.
- Spanje pakte zijn tweede wereldtitel na 2010, toen Oranje destijds ook met 1-0 werd verslagen na verlenging.
Het grote plaatje:
De overwinning bevestigt de Spaanse dominantie op het internationale toneel, twee jaar na de Europese titel onder bondscoach Luis de la Fuente, en betekende tegelijkertijd een bijzonder afscheid voor Messi. Met zijn optreden in deze finale werd Messi de tweede speler ooit met speeltijd in drie WK-finales, na de Braziliaan Cafu. De cruciale wending kwam door het rode karton voor Fernández vlak voor tijd, waarna Spanje met een man meer de overhand kreeg. Eerder in de verlenging werd nog een treffer van Nico Williams afgekeurd, omdat scheidsrechter Slavko Vincic zag dat Ferran Torres in de aanloop naar die goal op de tenen van Nicolás Otamendi stond.
Wat volgt:
Na de 1-0 probeerde Argentinië nog aan te vallen, maar kansen van Giuliano Simeone bleven onbenut, waardoor Spanje de titel veiligstelde.




