In het kort:
Een dag na de grootschalige sabotage op het Nederlandse spoor blijkt hoe doordacht de actie was uitgevoerd.
- Saboteurs gebruikten afgeslepen stalen buizen van circa twee centimeter doorsnede die exact tussen de rails passen.
- Het beveiligingssysteem registreerde de voorwerpen als een trein of obstakel, waardoor seinen automatisch op rood sprongen.
- Meldingen kwamen uit heel Nederland binnen, met een concentratie in het noorden en oosten van het land.
Achter de schermen:
ProRail-baas Mirjam van Velthuizen stelt dat de daders zich grondig hadden voorbereid op de werking van het spoorsysteem. "Je moet wel weten waar je het moet aanbrengen en hoe je het moet aanbrengen", aldus Van Velthuizen. De gebruikte methode lijkt afgeleid van de kortsluitlans die spoorwerkers zelf gebruiken om veilig te kunnen werken tijdens onderhoud.
Het grote plaatje:
De actie legt een kwetsbaarheid van het Nederlandse spoornetwerk bloot, dat zich over 3500 kilometer uitstrekt en onmogelijk overal fysiek te bewaken is. Staatssecretaris Bertram noemt het incident kwalijk: "Je moet met je handen van ons spoor afblijven." Reizigers liepen geen direct gevaar, omdat het systeem juist reageerde zoals bedoeld. Voor de daders zelf was het risico veel groter, benadrukt Van Velthuizen: treinen naderen met snelheden boven de 100 kilometer per uur.
Wat volgt:
Het Openbaar Ministerie en de politie onderzoeken wie achter de sabotage zit, met camerabeelden en aangetroffen materialen als bewijs.



