In het kort:
Een op de drie kappers vangt signalen van huiselijk geweld op, maar weet vaak niet hoe te reageren.
- De toolkit bevat onder meer visitekaartjes met contactgegevens van hulpinstanties die discreet aan klanten kunnen worden meegegeven.
- Uit onderzoek van de Radboud Universiteit blijkt dat kappers regelmatig signalen opvangen, maar niet weten hoe ermee om te gaan.
- Na Rotterdam volgt een proef in Friesland, waarna ook kappersopleidingen bij het project worden betrokken.
Het grote plaatje:
Kappers fungeren vaak als vertrouwenspersoon voor hun klanten, vooral voor vrouwen die regelmatig terugkomen.
- "Veel mensen en vooral vrouwen gaan natuurlijk vaak naar de kapper, dus je bouwt een vertrouwensrelatie op", legt regeringscommissaris Mariëtte Hamer uit. "Daar vertel je toch dingen die je bijna aan niemand vertelt."
- Kapper Sam Zwetsloot, zelf slachtoffer van huiselijk geweld, benadrukt het belang: "Als ik vroeger iemand had gehad die naar me had geluisterd, dan had me dat misschien een hoop ellende gescheeld."
De onderste regel:
Kappers hoeven geen hulpverleners te worden, maar krijgen handvatten om te reageren en slachtoffers door te verwijzen. "Als je dat tien keer doet en je helpt er twee personen mee, dan vind ik dat een enorme winst", aldus Zwetsloot.




