In het kort:
De Portugese presidentsverkiezingen eindigen in een ongekende situatie die het politieke landschap op scherp zet.
- Centrumlinkse António José Seguro van de Socialistische Partij kreeg 31 procent van de stemmen
- Radicaal-rechtse André Ventura van Chega behaalde ruim 23 procent
- De tweede ronde op 8 februari bepaalt wie Marcelo Rebelo de Sousa opvolgt
Het grote plaatje:
De uitslag weerspiegelt de politieke polarisatie in Portugal, waar de populistische Chega-partij sterk is gegroeid na de val van de vorige regering.
Ventura voerde campagne op anti-migratieretoriek met controversiële borden zoals "Dit is niet Bangladesh" en belooft nu de rechtervleugel te verenigen tegen een "socialistische president". Seguro richtte zich op wooncrisis en stijgende prijzen, en roept op het extremisme te verslaan. Dit zijn al de derde verkiezingen in drie jaar voor Portugal.
Wat volgt:
De tweede ronde op 8 februari wordt cruciaal voor Portugal's politieke richting. Hoewel het presidentschap grotendeels ceremonieel is, kan de president het parlement wegsturen en wetsvoorstellen blokkeren.




