In het kort:
Het nulurencontract verdwijnt en maakt plaats voor een systeem dat werknemers meer houvast geeft over hun arbeidsuren en salaris.
- Werknemers krijgen een 'bandbreedtecontract' met een minimum- en maximumaantal uren dat dicht bij elkaar ligt.
- Als een werkgever iemand vaker oproept dan het afgesproken maximum, moet het contract worden aangepast.
- AOW'ers, studenten, scholieren en jongeren zijn uitgezonderd van deze regel.
Wat volgt:
Na drie tijdelijke contracten mag een werkgever drie jaar lang geen tijdelijk contract meer aanbieden aan dezelfde werknemer.
- Nu is die termijn slechts zes maanden, wat leidt tot draaideurconstructies waarbij werknemers steeds opnieuw tijdelijke contracten krijgen.
- Uitzendkrachten krijgen minstens gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als vaste medewerkers binnen een organisatie.
- De wet kan op 1 januari 2028 ingaan als ook de Eerste Kamer instemt.
De andere kant:
Werkgeversorganisatie AWVN begrijpt de redenen achter de wet, maar vreest voor hogere kosten en minder flexibiliteit voor bedrijven die snel moeten kunnen op- en afschalen. De organisatie pleit voor vereenvoudiging van ontslagprocedures en herziening van de transitievergoeding.



