In het kort:
Het nieuwe belastingsysteem vervangt de huidige fictieve rendementen door werkelijke opbrengsten, wat ingrijpende gevolgen heeft voor vermogenden.
- Nu betaal je 36% belasting over fictief rendement van 1,37% op spaargeld en 5,88% op beleggingen, alleen boven de 57.684 euro (alleenstaand)
- Vanaf 2028 betaal je 36% belasting over werkelijk rendement boven 1.800 euro per jaar (alleenstaand) of 3.600 euro (koppel)
- Beleggers moeten mogelijk aandelen verkopen om belasting te kunnen betalen, ook als ze de aandelen nog bezitten
Achter de schermen:
Universitair hoofddocent Aart Gerritsen van de Erasmus School of Economics ziet de zorgen van beleggers als overdreven. "Je hebt zelf de keuze hoe de belasting te betalen. Veel vermogenden zullen ook spaargeld hebben waaruit ze dit kunnen betalen", stelt hij. Alleen bij niet-beursgenoteerde aandelen kan het problematisch worden, maar dat betreft volgens hem slechts een handjevol mensen.
De onderste regel:
Het nieuwe systeem moet de schatkist jaarlijks 2,4 miljard euro extra opleveren. De huidige coalitie wil het systeem uiteindelijk doorontwikkelen naar belasting alleen bij daadwerkelijke verkoop van aandelen.


