In het kort:
Nederlandse huishoudens zagen hun koopkracht in 2025 flink toenemen door stijgende lonen en uitkeringen, terwijl ook de schulden en spaargelden groeiden.
- De totale beloning van werknemers steeg met 6,4 procent door een combinatie van 5 procent hogere cao-lonen en 1,5 procent meer banen.
- Uitkeringen stegen met 5,8 procent, vooral door de koppeling aan het minimumloon dat met 5,6 procent omhoog ging. Het minimumuurloon steeg van 14,40 naar 14,71 euro.
- De hypotheekschuld klom naar 935,9 miljard euro, een toename van 48,1 miljard euro door hogere huizenprijzen en meer woningverkopen.
Het grote plaatje:
De financiële positie van Nederlandse huishoudens vertoont een gemengd beeld met zowel groei in inkomen als in schulden. De hypotheekschuld als percentage van het bbp steeg licht van 79,2 naar 79,4 procent, omdat de economie langzamer groeide dan de schuldtoename. Spaartegoeden groeiden met 8,1 procent naar ruim 540 miljard euro, de sterkste stijging sinds 2003 toen de toename 9,4 procent bedroeg.



