In het kort:
Nederland laat een stevige economische groei zien, aangejaagd door hogere bestedingen van huishoudens, overheid en bedrijven.
- Huishoudens gaven 0,5 procent meer uit, vooral aan auto's en voedingsmiddelen.
- Bedrijven investeerden 0,5 procent meer, met name in elektronische apparatuur.
- De overheid besteedde 0,4 procent meer, voornamelijk aan zorg en salarissen.
Achter de schermen:
Opvallend is de toename in de verkoop van elektrische auto's, wat volgens het CBS samenhangt met internationale spanningen. Peter Hein van Mulligen van het CBS legt uit: "Dat is vermoedelijk een gevolg van de onrust in het Midden-Oosten. Dat zijn vaak ook mensen met zonnepanelen, waardoor het opladen betrouwbaarder is dan dat je benzine moet tanken." Hoewel deze auto's niet in Nederland worden geproduceerd, blijkt hun bijdrage aan de economie toch aanzienlijk, ook na aftrek van importkosten.
Het grote plaatje:
De industrie blijft een cruciale motor achter de Nederlandse groei. Export steeg met 1,2 procent, gedreven door machines en voedingsmiddelen, al groeide de import met 1,4 procent nog harder. Van Mulligen: "Dat laat zien dat de industrie opnieuw echt belangrijk is voor de Nederlandse economie. Hoge olieprijzen of niet, er blijft veel vraag naar producten die we in Nederland maken." Handel, horeca en vervoer groeiden het sterkst met 1,8 procent, gevolgd door de industrie met 1,5 procent. Vergeleken met een jaar eerder groeide de economie met 1,3 procent.






