In het kort:
De gestegen consumptie leverde de grootste bijdrage aan de economische groei, ondanks aanhoudende zorgen over de financiële toekomst.
- Huishoudens gaven 1,5 procent meer uit dan een jaar eerder, vooral aan wonen, vervoer, recreatie, kleding en voedingsmiddelen.
- Het reëel beschikbaar inkomen steeg met 2,7 procent door hogere lonen en meer werkgelegenheid.
- Nederlanders zetten gemiddeld 17,3 procent van hun inkomen opzij, het hoogste percentage sinds de coronajaren.
Het grote plaatje:
De economische groei kwam tot stand terwijl er minder uren werden gewerkt, wat resulteerde in een opmerkelijke stijging van de arbeidsproductiviteit.
- Het aantal gewerkte uren daalde met 0,6 procent, mogelijk door strengere handhaving op schijnzelfstandigheid.
- De arbeidsproductiviteit steeg met 2,4 procent, de sterkste stijging in twintig jaar.
- "De combinatie van economische groei en minder gewerkte uren is vrij zeldzaam", aldus CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen.
De onderste regel:
Nederland presteerde beter dan omliggende landen met een groei van 1,8 procent, ruim boven het EU-gemiddelde van 1,5 procent. Duitsland groeide slechts 0,2 procent, België 1,0 procent en Frankrijk 0,8 procent.





