In het kort:
Follow the Money toont aan dat de Nederlandse regering de Tweede Kamer jarenlang onjuist heeft geïnformeerd over haar rol in de Iraakse gifgasleveranties.
- Staatssecretaris Bolkestein bracht een lijst van twintig verboden chemicaliën terug tot elf, om het Nederlandse bedrijfsleven te beschermen.
- Bedrijven als KBS Holland en Melchemie bleven ook na waarschuwingen chemicaliën leveren die nodig waren voor zenuwgas en mosterdgas.
- Ministers Donner en Bot gaven tussen 2005 en 2008 misleidende antwoorden op Kamervragen over de kwestie.
Achter de schermen:
Interne archieven laten zien dat inlichtingendiensten al vroeg wisten van de gevaarlijke handel. Kort nadat de lijst van elf stoffen tot stand kwam, meldde de Inlichtingendienst van de Landmacht dat KBS Holland en Melchemie chemicaliën aan Irak leverden, waaronder dimethylamine, een stof cruciaal voor zenuwgas. Ondanks een Amerikaanse oproep aan NAVO-landen om de export te stoppen, bleef KBS Holland tot mei 1985 maandelijks 10 tot 20 ton dimethylamine naar Irak sturen. Ook calciumhypochloriet, gebruikt bij de gifgasaanval op Halabja in 1988 met 5000 doden, werd doorgeleverd omdat het officieel niet verboden was.
De onderste regel:
Hoogleraar staatsrecht Wim Voermans pleit voor een parlementaire enquête naar de kwestie, nu blijkt dat de regering essentiële informatie decennialang achterhield voor de Kamer.




