In het kort:
Nederland maakt een opmerkelijke inhaalslag op het gebied van duurzame energie, al blijft er werk aan de winkel.
- In 2025 kwam 22,7 procent van het totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen, een stijging van 11 procent ten opzichte van 2024.
- Biomassa (34%), zonne-energie (23%) en wind zijn de belangrijkste bronnen van hernieuwbare energie.
- Nederland klom van plek 25 in 2019 naar plek 18 in 2024 binnen de EU.
Het grote plaatje:
De groei komt vooral door meer zonneschijn, extra zonnepanelen en toegenomen gebruik van biobrandstoffen zoals biokerosine en biodiesel.
- Zonnestroom steeg naar 93 petajoule, mede dankzij 5 procent meer opwekcapaciteit.
- Warmtepompen leverden 34 petajoule aan groene warmte.
- Windenergie blijft achter: er werden weinig nieuwe windmolens geplaatst, waardoor de groei beperkt blijft tot 1 procent op land en 7 procent op zee.
De uitdaging:
Ondanks de vooruitgang moet Nederland nog flink aan de bak om de klimaatdoelen te halen. Voor 2030 streeft Nederland naar 39 procent hernieuwbare energie, terwijl gebouwen 49 procent moeten bereiken en de industrie 19,7 procent.


