In het kort:
Het NIOD concludeert dat het schilderij Vissers aan de oevers van een plas hoogstwaarschijnlijk onvrijwillig uit handen van Goudstikker is geraakt tijdens de Duitse bezetting.
- Het gaat om een werk uit de Rijkscollectie dat nu in het Mauritshuis in Den Haag hangt.
- Erfgename Marei von Saher, weduwe van Goudstikkers zoon, vroeg in 2023 om teruggave.
- De Restitutiecommissie boog zich op verzoek van de staatssecretaris over het advies.
Achter de schermen:
De verkoop van Goudstikkers kunstcollectie tijdens de oorlog kwam op zeer dubieuze wijze tot stand. Personeelslid Arie ten Broek werd door de nazi's tot directeur benoemd en sloot vervolgens deals met een Duitse bankier en topnazi Hermann Göring, terwijl Goudstikkers weduwe als grootaandeelhouder nooit instemde met de verkoop. De commissie noemt de benoeming van Ten Broek ongeldig, waardoor de transactie volgens haar geen rechtsgeldige basis had.
Het grote plaatje:
Dit is niet de eerste keer dat werken uit de Goudstikker-collectie worden teruggevonden en teruggegeven. Eerder adviseerde de commissie al in 2005 en 2013 om in totaal 205 kunstwerken terug te geven, wat de Staat beide keren overnam. Vorig jaar dook bovendien een ander schilderij uit de collectie op in Argentinië, bij familie van een gevluchte nazi, en werd na een rechtszaak eveneens teruggegeven aan de erfgenamen.




