In het kort:
Een hogere kamer van het EHRM bevestigt de eerdere uitspraak uit 2019 en veroordeelt Turkije opnieuw voor het vasthouden van de 68-jarige mensenrechtenactivist.
- Kavala zit sinds 2017 vast en werd in 2022 veroordeeld tot levenslang zonder kans op vervroegde vrijlating.
- Het hof stelt dat er geen bewijs is voor de aanklachten over financiering van de Gezi-protesten en betrokkenheid bij de mislukte coup van 2016.
- Turkije moet Kavala een schadevergoeding betalen en hem vrijlaten.
Het grote plaatje:
Volgens het EHRM diende het proces tegen Kavala vooral om hem te muilkorven, wat past in een patroon dat critici van president Erdogan al langer signaleren.
- Mensenrechtenorganisaties stellen dat de Turkse rechterlijke macht wordt ingezet om tegenstanders te vervolgen.
- Erdogan verwerpt die kritiek en houdt vol dat de rechtspraak onafhankelijk is.
- De zaak leidde in 2021 al tot een diplomatieke rel met tien westerse landen, waaronder Nederland, nadat zij Turkije opriepen Kavala vrij te laten.
Wat volgt:
Omdat uitspraken van het EHRM bindend zijn voor leden van de Raad van Europa, ligt de bal nu bij andere lidstaten. Zij moeten bepalen welke consequenties volgen als Ankara het vonnis blijft negeren.




