In het kort:
De tussentijdse verkiezing in Noord-Engeland is uitgegroeid tot een potentieel keerpunt voor de Britse politiek.
- Labour-premier Keir Starmer peilt historisch laag na een zware nederlaag bij gemeenteraadsverkiezingen vorige maand.
- Burnham, bijgenaamd 'King of the North', is de populairste Labour-politicus en zou binnen de partij voldoende steun hebben voor een coup tegen Starmer.
- Het district Makerfield vertegenwoordigt slechts 0,1 procent van de nationale stem, maar bepaalt mogelijk de nieuwe premier.
Het grote plaatje:
De verkiezing toont de diepe verdeeldheid in het Britse politieke landschap, met opkomend populisme als belangrijke factor.
- Burnham belooft als premier het gat tussen het armere noorden en rijkere zuiden te verkleinen, wat resoneert bij kiezers in de voormalige mijnwerkersdorpen.
- Reform UK van Nigel Farage wint terrein door desillusie over gebroken beloftes. "Mensen voelen zich vergeten", aldus een lokale kiezer.
- De anti-immigratiepartij trekt kiezers die roepen: "We moeten ons richten op onze eigen mensen, stoppen met hulp aan vluchtelingen."
Wat volgt:
Premier Starmer heeft aangegeven aan te blijven, ook bij een mogelijke leiderschapsstrijd. Een overwinning van Burnham zou zijn positie binnen Labour echter aanzienlijk versterken.






