In het kort:
Kleine verschillen in beslissingen van politie, OM en rechters stapelen zich op tot grote verschillen in straffen voor verdachten met verschillende achtergronden.
- Verdachten met werk of opleiding krijgen vaker boetes of taakstraffen zonder tussenkomst van een rechter.
- Werklozen en laagopgeleiden komen vaker bij de rechter terecht, die vervolgens zwaardere straffen oplegt.
- Ook mensen zonder vast woonadres krijgen relatief vaak een gevangenisstraf.
Het grote plaatje:
De verschillen ontstaan door de manier waarop zaken door de strafrechtsketen worden geleid, niet alleen door de hoogte van straffen.
- Hoe verder een zaak komt in de keten (van politie naar OM naar rechter), hoe groter de kans op zwaardere straffen.
- Verdachten met een tweedegeneratie-migratieachtergrond krijgen ook zwaardere straffen, zelfs na correctie voor sociaaleconomische verschillen.
- Sociaaleconomische kenmerken wegen zwaarder dan migratieachtergrond, maar die speelt nog steeds een rol.
Achter de schermen:
Onderzoekers wijzen op "mentale shortcuts" bij justitiemedewerkers die onbewust leiden tot ongelijke behandeling.
- Communicatie tijdens verhoren en zittingen beïnvloedt hoe iemands houding wordt beoordeeld.
- Werkloosheid wordt vaak onbewust gekoppeld aan grotere kans op recidive.
- Beperkte motiveringsplicht maakt niet altijd duidelijk waarom vergelijkbare zaken verschillend worden behandeld.



