In het kort:
De herziening van de norm voor zaaddonoren roept grote vragen op over verantwoordelijkheid en toezicht in de vruchtbaarheidszorg.
- Het maximumaantal van 25 kinderen per donor, dat decennialang gold, wordt nu door VWS en de inspectie gezien als "advies" in plaats van een bindende "beroepsrichtlijn".
- Zeker 85 mannen verwekten soms wel 70 kinderen per persoon, maar klinieken lijken hiervoor nu niet meer juridisch vervolgd te kunnen worden.
- Ook de overheid lijkt zichzelf vrij te pleiten van aansprakelijkheid voor falend toezicht.
De andere kant:
Experts en belangenorganisaties reageren met ongeloof op de nieuwe uitleg van het ministerie.
- Emeritus hoogleraar gezondheidsrecht Johan Legemaate is "stomverbaasd" en stelt dat er "geen misverstand over kan bestaan" dat de norm bedoeld was als professionele standaard.
- Stichting Donorkind noemt de draai "haast onvoorstelbaar" en vreest dat rechten van donorkinderen, ouders en donoren worden weggepoetst.
- Voormalig Gezondheidsraad-voorzitter Pim van Gool bevestigt dat in 2013 voor iedereen "glashelder was dat de norm bij maximaal 25 kinderen lag".
Wat volgt:
Een meerderheid van de Tweede Kamer eist opheldering van minister Sophie Hermans over deze juridische interpretatie en de gevolgen voor betrokkenen.




