In het kort:
Het kabinet trekt een harde streep na jaren van uitbuiting in slachthuizen en vleesverwerkende bedrijven.
- Arbeidsmigranten in de sector krijgen vaak te maken met onderbetaling, te lange werkdagen en slechte huisvesting.
- Minister Vijlbrief van Sociale Zaken voerde sinds 2010 al 29 gesprekken met de sector, zonder resultaat.
- Zijn ultimatum van 15 juni om verbeteringen door te voeren is verstreken zonder gevolg.
Het grote plaatje:
De vleessector leunt al jaren zwaar op flexibele arbeidskrachten, vaak arbeidsmigranten, die kwetsbaar zijn voor uitbuiting.
Naast onderbetaling en te lange werkdagen gaat het ook om onveilige werkomstandigheden en meldingen van intimidatie en geweld. Ook Vijlbriefs voorganger Van Hijum werkte al aan soortgelijke plannen, maar stuitte op weerstand vanuit de sector zelf.
De andere kant:
Werkgevers en uitzendbureaus waarschuwen voor economische gevolgen van het verbod.
Zij vrezen dat vlees duurder wordt, omdat bedrijven in de sector straks geen tijdelijke arbeidskrachten meer mogen inzetten terwijl andere branches dat wel mogen. Dit zou volgens hen zorgen voor een "ongelijk speelveld" tussen sectoren.
Wat volgt:
Morgen neemt de ministerraad naar verwachting het formele besluit, waarna de sector tot medio 2028 de tijd krijgt om zich aan te passen aan het verbod.








