In het kort:
Nederlandse gemeenten en jeugdbeschermers sturen jongeren met gedragsproblemen soms naar het buitenland, maar toezicht op hun veiligheid ontbreekt vrijwel volledig.
- De inspectie waarschuwde al in 2009 en opnieuw in 2019 voor risico's, zonder dat de Tweede Kamer werd geïnformeerd.
- Jongeren worden soms gefixeerd, mogen het terrein niet af en worden onder het mom van "dagbesteding" onbetaald aan het werk gezet.
- De inspectie zelf heeft geen bevoegdheid om in het buitenland onderzoek te doen.
Achter de schermen:
Toezicht vanuit Nederland gebeurt vrijwel volledig via beeldbellen, wat volgens hoogleraar Jeugdrecht Mariëlle Bruning weinig voorstelt. "Hoe kan jij echt spreken met degene die daar geplaatst wordt, zonder dat daar andere mensen omheen zijn die misschien wel iets influisteren?" Ook Jeugdzorg Nederland erkent dat fysieke controle nauwelijks plaatsvindt: het is simpelweg makkelijker om van Arnhem naar Ede te rijden dan naar Zuid-Frankrijk of Spanje, aldus directeur Arno Lelieveld.
De andere kant:
Volgens Jeugdzorg Nederland is een buitenlandplaatsing nooit de eerste keuze, maar soms de enige optie als er in Nederland geen passende plek is. "Niets doen is ook een optie, maar dan weten we zeker dat we kinderrechten overtreden," zegt Lelieveld. Minister Sterk noemt de situatie "zorgelijk"; de Kamer nam eerder dit jaar een motie aan om buitenlandplaatsingen te beperken.



