In het kort:
Het Openbaar Ministerie in Milaan onderzoekt of elf luxe modemerken willens en wetens gebruikmaakten van onderaannemers die arbeiders uitbuitten.
- De merken moesten documenten overhandigen over leveringen en arbeidsomstandigheden in hun volledige productieketen.
- Onderaannemers zetten vermoedelijk Chinese arbeiders in onder erbarmelijke omstandigheden.
- Bij doorzochte fabrieken werden mensen zonder verblijfsvergunning aangetroffen, in onveilige en onhygiënische werkplekken.
Het grote plaatje:
Het onderzoek onthult ernstige misstanden achter de glamoureuze façade van de Italiaanse modewereld, waarbij het OM spreekt van "mensonterende huisvestingsomstandigheden" en extreem lage lonen voor werknemers.
- Bij twee fabrieken nabij Milaan werden in mei al producten met logo's van de modehuizen gevonden op onfatsoenlijke werkplekken.
- Brunello Cucinelli reageert met "verbazing en spijt", maar stelt na eigen onderzoek geen ernstige problemen te hebben gevonden.
Wat volgt:
De betrokken modehuizen krijgen de komende weken de tijd om te bewijzen welke maatregelen ze nemen tegen uitbuiting in hun keten, anders komen ze onder gerechtelijk toezicht te staan. Het is niet de eerste keer dat de Italiaanse mode-industrie onder vuur ligt: in 2024 vonden al invallen plaats bij Dior en Armani, en vorig jaar werden Gucci, Prada en Versace onderzocht in een breder onderzoek naar de sector.



