In het kort:
De transgenderzorg in Nederland functioneert goed, maar langetermijneffecten van hormoonbehandelingen bij minderjarigen blijven onduidelijk.
- Hormoonbehandelingen doen fysiek en op korte termijn mentaal wat ze moeten doen, concludeert de raad na bestudering van 128 wetenschappelijke bronnen.
- Het aantal jongeren dat stopt met behandelingen varieert van 0 tot 3,5 procent in Nederlandse studies, zonder geregistreerde gevallen van spijt.
- "Niets doen kan ook schadelijk zijn voor de gezondheid", waarschuwt de raad, ondanks beperkte kennis over langetermijneffecten.
Het grote plaatje:
Minderjarigen krijgen hormoonbehandelingen pas na uitgebreide diagnostiek en psychologische begeleiding. Vanaf 12 jaar kunnen jongeren puberteitsremmers krijgen, die extra tijd bieden om hun genderidentiteit te onderzoeken. Stoppen met behandeling betekent niet automatisch spijt of slechte zorg, omdat jongeren soms stoppen vanwege bijwerkingen, discriminatie of druk vanuit hun omgeving.
Wat volgt:
De raad signaleert dat sommige mensen met spijt dit niet aan zorgverleners melden, waardoor ze buiten studies blijven. De Gezondheidsraad pleit daarom voor bijscholing van huisartsen en meer langetermijnonderzoek naar grotere groepen transjongeren. Het aantal jongeren dat medische hulp zocht bij de ggz en UMC's steeg de afgelopen jaren flink, van 1.179 in 2020 naar 2.772.



