In het kort:
De val van Orbán geeft de EU een unieke kans om haar logge besluitvorming aan te pakken, maar fundamentele hervorming blijft lastig.
- Commissievoorzitter Von der Leyen pleit voor afschaffing van het vetorecht op buitenlandbeleid.
- Orbán gijzelde jarenlang EU-besluiten over steun aan Oekraïne door strategisch gebruik van zijn veto.
- Voor 80 procent van EU-zaken geldt al een gekwalificeerde meerderheid, maar buitenlandbeleid blijft een uitzondering.
Het grote plaatje:
De geopolitieke druk door Trump en Rusland maakt hervorming urgenter, maar volledige afschaffing van het vetorecht lijkt onhaalbaar. Lidstaten vrezen dat ze in de toekomst overstemd kunnen worden op cruciale buitenlandse thema's. De EU heeft vaker onder extreme druk hervormingen doorgevoerd, zoals het coronaherstelfonds.
Wat volgt:
Tussenoplossingen zoals een supermeerderheid van 80-90 procent of meerderheidsstemming voor specifieke thema's zijn realistischer. Met Eurosceptici als Fico en Babis blijft het besluitvormingsproces kwetsbaar voor nieuwe dwarsliggers.




