In het kort:
De Europese CO2-importheffing moet klimaatdoelen helpen bereiken en eerlijke concurrentie waarborgen, maar stuit op kritiek vanuit ontwikkelingslanden.
- Meer dan 300 producten zoals staal, cement en kunstmest worden nu belast op basis van hun CO2-uitstoot tijdens productie
- Het systeem moet voorkomen dat vervuilende activiteiten worden verplaatst naar landen met minder strenge klimaatwetten
- CBAM genereert jaarlijks ruim een miljard euro aan inkomsten voor de EU
De andere kant:
Ontwikkelingslanden beschouwen de maatregel als onrechtvaardig protectionisme dat hun economieën schaadt.
BRICS-landen en landen als Indonesië, Zuid-Afrika en India verzetten zich fel tegen de heffing. Mozambique, dat voor 54% van zijn aluminiumexport afhankelijk is van Europa, kan een daling van bijna 2% in het BNP verwachten volgens Clingendael-onderzoekers. "Het is eigenlijk onrechtvaardig om die landen nu strengere normen op te leggen", stelt CO2-marktspecialist Jos Cozijnsen.
Het grote plaatje:
De maatregel zet andere landen ertoe aan eigen CO2-beprijzing in te voeren om Europese heffingen te vermijden. Turkije, China, Canada en het Verenigd Koninkrijk overwegen nu vergelijkbare stappen, wat uiteindelijk wereldwijde klimaatwinst kan opleveren.





