In het kort:
De uitspraak markeert een historisch moment in de Europese rechtspraak over mensenrechten en discriminatie.
- Hongarije voerde in 2021 een wet in die het "uitbeelden of promoten" van homoseksualiteit en andere genderidentiteiten bij kinderen verbiedt, wat bijvoorbeeld boekwinkels kan treffen met boetes.
- Het hof stelt dat kinderen adequaat beschermd kunnen worden zonder directe discriminatie op basis van geslacht en seksuele gerichtheid.
- Alle 27 rechters behandelden de zaak, wat zeer uitzonderlijk is en alleen bij de allergrootste zaken gebeurt.
Het grote plaatje:
De uitspraak geeft de Europese Commissie een krachtig nieuw juridisch instrument om soortgelijke discriminerende wetgeving aan te vechten.
- Voor het eerst stelde het Europees Hof een op zichzelf staande schending vast van artikel 2 van het EU-Verdrag, waarin kernwaarden zoals gelijkheid en mensenrechten zijn vastgelegd.
- 16 lidstaten, waaronder Nederland, en het Europees Parlement steunden de Commissie in deze zaak uit 2021.
Wat volgt:
De Commissie kan Hongarije vragen de wetgeving aan te passen. Bij weigering kan opnieuw naar de rechter worden gestapt, die dan boetes kan opleggen. De vraag is hoe de nieuwe Hongaarse premier Péter Magyar, die recent de verkiezingen won, met deze wet zal omgaan.




